De (meer)waarde van Q10 suppletie bij Dupuytren.


Resultaten van een onderzoek onder Dupuytren patiënten in Nederland.




Hello world

CONTACT US

We're here to help

AddressBusiness title Street address Zip code City Country
Phone+44 1234 567890
Hello world

SUBHEADING TEXT


We make it simple, but significant.


Hello world

OUR TEAM


People like people. Introduce your team here.


Inleiding

Dupuytren is een ziektebeeld dat veel voorkomt. Ongeveer één op de vijf Nederlanders heeft Dupuytren. Het is een aandoening waarbij mensen om onduidelijke redenen, vaak beginnend na hun 50ste levensjaar, bindweefsel strengen in handpalmen, maar ook aan voetzolen of aan de penis ontwikkelen. Hoewel het op zich een onschuldig ziektebeeld is, kun je er wel veel last van hebben. Uit eerder onderzoek onder 197 van mijn patiënten bleek dat 94% van de mensen met Dupuytren wel degelijk klachten heeft in de vorm van pijn, jeuk en de bekende kromstand van de vingers met als gevolg beperkingen in dagelijkse handelingen of hobby’s.


Steeds vaker krijg ik de vraag in de spreekkamer of men iets zelf kan doen in de vorm van voeding of andere zaken om een bepaalde ziektebeeld of symptoom te remmen of zelfs tegen te gaan. Mensen zijn steeds meer bezig met preventie en de impact van een gezonde levensstijl op hun ziekte. Deze vraag werd mij dan ook regelmatig gesteld door mensen die de ziekte van Dupuytren hebben.


De behandeling voor Dupuytren is nu in de meeste gevallen operatief. Je haalt de strengen chirurgisch weg. Dit houdt echter een ingreep in, met in sommige gevallen een behoorlijke revalidatieperiode en niet altijd een optimaal resultaat.


Na het doorspitten van Pubmed (een medische databank met wetenschappelijke onderzoeken) bleek dat er bij één patiënt de Dupuytren volledig verdween nadat hij 3 jaar 1dd 100 mg Q10 had genomen. Daarnaast is er een grote gerandomiseerde studie gedaan bij 186 patiënten met de ziekte van Peyronie (Dupuytren van de penis) waarin er een significant verschil werd gevonden in afname van de klachten van de Peyronie bij de patiënten die 1dd 300mg Q10 innamen.


Bovenstaande was de aanleiding om te gaan starten met een studie naar de ervaringen van mensen die gestart waren met het nemen van Q10. In het kader van PROM (patient related outcome measurement) is gevraagd naar de ervaringen van de patiënten zelf. Het is onmogelijk om de mate van Dupuytren te meten in kwantitatieve parameters en voor elke patiënt is zijn of haar streng in meer of mindere mate belemmerend. De enquête is online beschikbaar gesteld op de website van de Nederlandse vereniging voor Dupuytren en via HandsOnCare. Uit interim analyse kwam naar voren dat mensen over het algemeen tenminste 3 maanden moesten suppleren. Derhalve zijn de resultaten geanalyseerd van de mensen die aangaven ten minste 3 maanden Q10 te hebben ingenomen.


Resultaten

59 Mensen hebben de enquête ingevuld. Het merendeel gebruikte de actieve vorm van Q10 (ubiquinol). De dosering varieerde van 1dd 30 mg tot 1dd 325 mg.


De resultaten zijn samengevat in onderstaand tabel:

  1. Positief effect op Dupuytren 31x (52%)
  2. Geen effect op Dupuytren 20x (34%)
  3. Positief effect mogelijk of elders in lichaam 8x (14%)


De volgende effecten werden ervaren, waarbij sommige mensen meerdere verbeteringen bemerkten:

Effect op Dupuytren

  1. Geen last meer 1x
  2. Dupuytren stabiliseert, is niet erger geworden 12x
  3. Minder harde strengen/ bobbels 14x
  4. Minder jeuk 2x
  5. Minder pijn 8x
  6. Minder kramp 3x
  7. Bobbels verdwenen 1x


Effect elders

  1. Meer energie 2x
  2. Minder pijn schouders 1x
  3. Vetbulten kleiner 1x
  4. Minder spierpijn 1x
  5. Littekens genezen goed 1x
  6. Spataders verdwenen 1x
  7. Minder kramp 1x



Samenvatting

Q10 is een co-enzym wat nodig is voor de werking van enzymen in ons lichaam. Grofweg genomen heeft het twee belangrijke taken. Ten eerste is het een stof die nodig is voor de energieproductie in de mitochondriën in ons lichaam. Mitochondriën zijn structuren in de cel die voedingsstoffen zoals glucose en vetzuren kunnen omzetten in de energiebron van de cel ATP. Je kunt zeggen dat Q10 helpt om voeding om te zetten in energie in de cel.

Daarnaast is Q10 een sterke antioxidant. Een antioxidant is een molecuul dat vrije zuurstofradicalen kan neutraliseren, zodat deze geen schade kunnen veroorzaken aan onze cellen.


Q10 wordt in principe in ons lichaam zelf aangemaakt. Het heeft hiervoor echter verschillende bouwstenen nodig waaronder mevalonzuur. Dit is een stof die ook betrokken is bij de vorming van cholesterol. Door het innemen van statines bij de behandeling van een te hoog cholesterol rem je de mevalonzuur productie en hiermee dus ook de Q10 productie in je lichaam. Mensen die cholesterolremmers innemen, lopen dus een verhoogd risico op het hebben van een laag Q10. De casestudie die is beschreven gaat ook over een patiënt die statines gebruikte.

Q10 kun je ook binnenkrijgen via voeding. Denk hierbij aan orgaanvlees, gewoon vlees, maar ook noten, soja en vis. Echter, gezien het feit dat de consumptie van orgaanvlees fors is gedaald en sowieso de consumptie van vlees minder wordt, is er hierdoor ook een grotere kans op een te lage intake van Q10 via onze voeding. Tenslotte neemt ons vermogen om de inactieve vorm van Q10 (ubiquinon) om te zetten in de actieve vorm van Q10 (ubiquinol) naarmate we ouder worden af.


Er is veel onderzoek gedaan naar het stofje Q10 en hoewel veel mensen het nut van suppletie met supplementen in twijfel trekken zijn er behoorlijk wat studies die aantonen hoe belangrijk Q10 en de suppletie hiervan voor ons kan zijn. De samenvatting van enkele studies zal ik weergeven en de artikelen zijn te vinden in de bijgevoegde literatuurlijst.


  1. Q10 kan het aantal migraine aanvallen reduceren.
  2. Q10 speelt een belangrijke rol bij het behandelen van hartfalen, mensen met mitralisklep prolaps, de behandeling van hoge bloeddruk, verlagen van de workload van het hart, verlagen van de kans op complicaties na openhartoperaties.
  3. Q10 suppletie is belangrijk bij mensen die statines gebruiken.
  4. Q10 speelt een rol bij het verlagen van de kans op vaatschade bij mensen met DM type II en laat een betere glycemische controle zien en een verlaging van het plasma insuline.
  5. Q10 kan de kans op het ontstaat van uitzaaiingen bij mensen met borstkanker en bij mensen met melanomen verkleinen en tevens de bijwerkingen van Tamoxifen (hormoontherapie) of chemotherapie verlagen.
  6. Q10 kan de progressie van Alzheimer en Parkinson remmen.
  7. Q10 lijkt een belangrijke rol te spelen in het verbeteren van de vruchtbaarheid bij zowel mannen als vrouwen.
  8. Q10 verbeterd de energie van de spier en verlaagt de oxidatieve stress en kan hiermee de sportperformance verbeteren.
  9. Q10 speelt een belangrijke rol in het tegengaan van huidveroudering en schadepreventie door Uv-straling.



De resultaten van de enquête gehouden onder patiënten die enige tijd bezig zijn met het extra innemen van Q10 laat zien dat in meer dan de helft van de gevallen mensen een positief effect ervaart op de klachten die ze hebben van hun Dupuytren. Daarnaast zien mensen ook enkele andere positieve effecten; zoals meer energie of minder spierpijn. Hoewel dit subjectieve uitkomstmaten zijn, is de suppletie van Q10 niet schadelijk en kan het zelfs in het kader van preventie, op basis van meerdere wetenschappelijke studies, andere belangrijke gunstige effecten hebben. De kans op bijwerkingen van Q10 of overdosering zijn klein. De bijwerkingen die zijn beschreven waren bij doseringen van meer dan 600mg per dag en hierbij bleken klachten van diarree, maagklachten en misselijkheid beschreven te zijn.


Zoals bij elke vorm van suppletie, heeft niet iedereen dit nodig. Gelukkig heeft een groot deel van ons voldoende aanmaak in het lichaam en voldoende intake via de voeding.

Echter, aan de andere kant blijken toch meer mensen, in ieder geval in het geval van de aanwezigheid van bepaalde ziektebeelden, een te lage concentratie te hebben in het lichaam. De Q10 concentratie is te meten in het bloed en de normaalwaarde ligt rond de 0.7 en 1.0 mcg/ml. Belangrijk is om te weten dat veel Q10 in cellen zoals hartspiercellen zit en dus niet uit een bloedtest naar boven komt.


Uit de studie blijkt dat mensen vaak wel minimaal drie maanden moeten suppleren om effect te bemerken. Dit werd ook gevonden in de studie naar migraine, waarbij mensen ook na drie maanden pas een significante reductie van 55% minder aanvallen bemerkten. Over de hoogte van suppletie is ook geen consensus en dit lijkt met name ook van de reden voor suppletie af te hangen. Over het algemeen adviseert men om bijvoorbeeld bij de behandeling van hartfalen 1dd 200mg te nemen. In het geval van Parkinson werd zelfs 1dd 1200 mg gegeven. In onze studiegroep lijkt 1dd100-150mg een veel voortkomende dosering te zijn.


Conclusie

De suppletie van Q10 lijkt in meer dan de helft van de gevallen door mensen met Dupuytren als positief ervaren te worden. In het kader van niet-chirurgische behandelingen voor Dupuytren is dit dan ook iets wat overwogen dient te worden.




Mariëtta Bertleff, PhD, MD, MScBA

info@handsoncare.nl

Europees en Amerikaans gecertificeerd Hand en Polschirurg

Nutrition and Science, Stanford University

https://voedingssupplementenindespreekamer.nl








Literatuurlijst:

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6398680/

https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1319016423003778

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8092430/pdf/CD008684.pdf

https://www.imrpress.com/journal/FBL/19/4/10.2741/4231

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8431086/pdf/ijms-22-09541.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6131403/pdf/CCR-14-164.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10740444/pdf/antioxidants-12-02104.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10720671/pdf/fendo-14-1271521.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10657960/pdf/ARI-78-853.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10652675/pdf/JMedLife-16-1188.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10641325/pdf/cnr-12-257.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10632062/pdf/BRI2023-5510874.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10608597/pdf/medicina-59-01769.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10535924/pdf/nutrients-15-03990.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10500740/pdf/12610_2023_Article_197.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10494615/pdf/FSN3-11-4912.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10475284/pdf/dddt-17-2623.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10254600/pdf/bmjopen-2022-068368.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10005055/

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9952344/pdf/antioxidants-12-00514.pdf

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20720560

unsplash